Pup
Veelgemaakte fouten bij de opvoeding van Australian Labradoodle pups
Een Australian Labradoodle pup in huis halen is een bijzondere en mooie ervaring. Je wilt het natuurlijk zo goed mogelijk doen en je pup de beste start geven. Toch is het heel normaal dat er in die eerste periode dingen niet helemaal gaan zoals je had verwacht. Opvoeden is leren; voor je pup, maar ook voor jou als baasje. Door bewust te zijn van veelgemaakte fouten, kun je deze makkelijker voorkomen en zorg je voor een fijne, stabiele basis.
1. Te hoge verwachtingen hebben
Veel baasjes verwachten dat hun pup snel ‘luistert’ en alles meteen begrijpt. In werkelijkheid moet een pup nog álles leren: zindelijkheid, alleen zijn, rust nemen en omgaan met prikkels. Geef je pup de tijd om te groeien en te leren. Verwachtingen bijstellen helpt om frustratie te voorkomen, bij jezelf én bij je hond.
Lees ook: wat kun je verwachten in de eerste weken met een Australian Labradoodle pup?
2. Inconsistent zijn in regels
Vandaag mag je pup op de bank, morgen niet. Dat kan verwarrend zijn. Labradoodles zijn slimme honden, maar hebben wel behoefte aan duidelijkheid. Consistentie zorgt voor rust en voorspelbaarheid. Spreek als huishouden dezelfde regels af en houd je hieraan.
3. Te weinig rustmomenten
Een veelgemaakte fout is denken dat een pup de hele dag bezig moet zijn. In werkelijkheid hebben pups heel veel slaap nodig om alle indrukken te verwerken: zij slapen wel 18 tot 20 uur per dag. Te weinig rust kan leiden tot overprikkeling, dat je herkent aan onder andere:
- druk gedrag
- bijten of slopen
- extreem alert zijn
- plotseling wild worden na bezoek, wandelen of spelen
4. Te veel of te snel willen trainen
Het is verleidelijk om je pup alles tegelijk te willen leren. Maar te veel training kan juist averechts werken. Houd trainingsmomenten kort, positief en speels. Kwaliteit is belangrijker dan hoeveelheid. En als je dit moeilijk vindt, word lid bij een leuke hondenschool in de buurt!
5. Onbedoeld gedrag belonen
Pups leren snel, helaas ook gedrag dat je liever niet ziet. Bijvoorbeeld:
- aandacht geven bij blaffen
- lachen om springen
- reageren op bijtgedrag
Wat aandacht krijgt, groeit. Probeer gewenst gedrag te belonen en ongewenst gedrag rustig te negeren of om te buigen.
6. Te weinig aandacht voor socialisatie
De eerste maanden zijn belangrijk voor de ontwikkeling van je pup. Kennismaken met verschillende mensen, geluiden en situaties helpt om een stabiele hond te ontwikkelen. Maar: doe dit rustig en gecontroleerd. Te veel prikkels tegelijk kan juist averechts werken. Het is daarbij niet nodig om allerlei lijstjes uit boeken af te werken. Kijk naar wat jouw hond nodig heeft.
7. Verwarren van ‘druk’ gedrag met ongehoorzaamheid
Een Labradoodle pup die druk is, is niet per se ondeugend. Vaak is het een teken van vermoeidheid, overprikkeling of behoefte aan rust. Maar het kan ook onderprikkeling zijn, omdat hij meer uitdaging nodig heeft. Door het gedrag te begrijpen, kun je beter inspelen op wat je pup nodig heeft.
8. Geen rekening houden met de puberteit
Rond de leeftijd van 6 tot 12 maanden begint de puberteit bij Labradoodles. Luisteren gaat even minder goed, grenzen worden opgezocht en gedrag kan veranderen. Zo ga je hiermee om.
Samengevat
Fouten maken hoort bij het opvoeden van een Australian Labradoodle pup. Het belangrijkste is dat je blijft kijken naar je hond, leert van situaties en geduldig blijft. Met duidelijkheid, rust en positieve begeleiding groeit je pup uit tot een fijne, stabiele hond. Twijfel je toch ergens over of loop je tegen gedrag aan waar je niet uitkomt? Schakel dan gerust hulp in van een trainer, gedragsdeskundige of neem contact op met je fokker.